Wie beschouwen we als ‘de ander’?
Komend seizoen vinden er wereldwijd activiteiten plaats rond de grote Amerikaanse componist Philip Glass, die in 2027 negentig jaar wordt. De Nederlandse Reisopera, Club Guy & Roni, het Noord Nederlands Orkest en koor Consensus Vocalis brengen Waiting for the Barbarians, een laat meesterwerk van Glass uit 2005. Hij baseerde dit werk op de gelijknamige, met een Nobelprijs bekroonde roman van de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee uit 1980, over angst voor ‘de ander’. Zangers, dansers, orkest en internationale topsolisten werken aan een overrompelende theatrale en filmische explosie. We spraken met Sam Brown, artistiek directeur van de Nederlandse Reisopera.
Waarom dit stuk?
“Omdat het een ongelooflijk goede opera is. Philip Glass is zonder enige twijfel de belangrijkste nog levende operacomponist. En buiten de Verenigde Staten is Glass nergens zo populair als in Nederland. Verder is het heel bijzonder dat dit zijn enige grote opera is die na de première nooit meer is opgevoerd, terwijl het zo’n actueel verhaal is. Redenen te over dus om het publiek dit stuk te laten zien in de meest interessante theatrale vorm denkbaar. Daarom hebben we de handen ineengeslagen met het NNO – dat al tweemaal eerder met Glass werkte – en Guy Weizman en zijn ploeg uit Groningen. Het is al opwindend om een opera te presenteren die zo lang niet meer te zien is geweest en het onderwerp is ook nog eens van alle tijden. Het werk was net in première gegaan toen de Irakoorlog uitbrak. En vandaag, als je denkt aan Oekraïne, Libanon, Iran en wat er mondiaal nog meer speelt aan conflicten, lijkt het of het stuk gisteren geschreven is. Dat is voor mij het kenmerk van een echte grote opera: dat die nog net zo hard weet te raken als op het moment van schrijven.”
Waar gaat het over?
“Een naamloze magistraat bestiert een afgelegen grenspost van een anoniem rijk, dat leeft in angst voor een vermeende aanval van de ‘barbaren’, een nomadenvolk dat buiten de grenzen van het rijk leeft. In een regie van Guy Weizman kijken we feitelijk naar een volk dat een ander volk angstvallig in de gaten houdt via beveiligingscamera’s. Dat zorgt voor een groot filmisch element in deze productie. Wanneer een militaire commandant gevangenen laat martelen om die dreiging te bewijzen, begint de magistraat te twijfelen aan de beschaving en rechtvaardigheid van het rijk dat hij dient. Zijn poging om een mishandeld barbarenmeisje te helpen, brengt hem in conflict met de autoriteiten en maakt hem tot verdachte. Een actueler thema is er bijna niet: hoe gaan we met elkaar om, wie beschouwen we als ‘de ander’ en hoe ver zijn we bereid te gaan om onszelf tegen die ander te beschermen?”

Wat kun je vertellen over de compositie?
“Je hoort iemand die volledig de baas is over zijn metier. Toen Glass deze opera schreef, had hij al enorme successen gevierd, was zijn filmcarrière in volle gang en stond hij op de toppen van zijn kunnen. Waiting for the Barbarians laat een componist met een enorme levenservaring horen. Hij heeft ons ondersteund waar het maar kon bij de voorbereiding van deze productie. Philip Glass heeft een eigen uitgeverij en een eigen platenlabel en daardoor houdt hij veel controle over zijn eigen werk. Hij is inmiddels behoorlijk op leeftijd, dus hij reist niet veel meer en bemoeit zich ook niet intensief met producties, maar liet ons wel weten ontzettend blij te zijn dat het werk weer opgevoerd gaat worden.”
Waarom past dit werk zo goed bij Club Guy & Roni?
“Een van de interessantste dingen aan deze opera, een van de redenen waarom ik dit werk aan Guy Weizman voorstelde, heeft te maken met Theater Erfurt, waarvoor Glass het oorspronkelijk schreef. Dat is een klassiek Duits Mehrspartenhaus, dat meerdere disciplines herbergt: een balletgezelschap, een operagezelschap, een koor en een orkest. Glass schreef daarom in deze opera expliciet verschillende instrumentale intermezzo’s voor de dansers van het huis. Zo is dit werk ook voor de groep van Guy spannend.”
Je hebt een prachtige internationale cast gevonden.
“De belangrijkste factor om Waiting for the Barbarians op het programma te nemen, was uiteraard de fenomenale muziek; dat is bij de Nederlandse Reisopera altijd het belangrijkste. Vervolgens stellen we de vraag: wat heeft dit werk ons nog te vertellen? Is het interessant voor het publiek van nu? Maar we kijken ook of het stuk goed bij het orkest past. Dat was heel snel beantwoord, want het NNO voelt zich sterk verbonden met het oeuvre van de Amerikaanse componist en ziet zichzelf met recht als hét Philip Glass-orkest van Nederland. Voor de hoofdrol, de magistraat, hadden we iemand nodig met een enorm uithoudingsvermogen. Hij staat vrijwel de gehele productie op het toneel en heeft een fysiek zeer zware rol. Ook qua expressie wordt het uiterste gevraagd, dus gingen we op zoek naar een zanger-acteur van de buitencategorie. We hebben lang gezocht en kwamen uiteindelijk uit bij de jonge Brits-Indiase bariton Dan D’Souza. We kenden hem al via het Young Artist Programme van de English National Opera en in zijn auditie blies hij ons volledig omver. We wisten meteen dat we de ideale vertolker te pakken hadden.”
Wie staan hem terzijde?
“We wilden heel graag de Nederlands-Iraanse sopraan Lilian Farahani terughalen, die inmiddels een soort vaste gast bij ons is. Al sinds ze van het conservatorium kwam, heeft ze veel bij ons gedaan. Ik beschouw haar als een van de beste Nederlandse zangeressen van haar generatie. Guy wilde de rol van de antagonist, kolonel Joll, de slechterik van het stuk – alleen de bad guys hebben namen in dit werk – graag door een vrouwelijke zanger laten vertolken. We hebben Philip Glass geschreven met Guy’s motivatie. Hij ging akkoord, mits we iemand konden vinden die het overtuigend zou kunnen uitvoeren. Ik ben dan ook ontzettend blij dat we de grote mezzosopraan Charlotte Hellekant bereid hebben gevonden om de rol te zingen. Enschede is, hoe graag ik dat misschien ook zou willen geloven, niet het centrum van het universum, en als we dan een absolute operalegende zover krijgen om hier op te treden, is dat niets minder dan een sensatie. En het is natuurlijk ook een van de redenen dat de Nederlandse Reisopera er is: zodat mensen in hun eigen theater, op vijf minuten fietsafstand, internationale topartiesten kunnen zien. Geen enkel ander Nederlands gezelschap kan dat bieden.”





