Je kunt de vier jaargetijden heel persoonlijk maken
Antonio Vivaldi (1678-1741) en De vier jaargetijden zijn zo beroemd, dat het moeilijk voor te stellen is dat de Italiaanse componist met een paar centen op zak stierf en vervolgens compleet in de vergetelheid raakte. Pas in de loop van de vorige eeuw dook Vivaldi’s naam weer op (zie inzet) en groeide Le quattro stagioni uit tot een van de populairste composities ter wereld. Op 23 november komt barokensemble Combattimento de driehonderdste verjaardag van het werk vieren, met een programma waarin de vier onsterfelijke vioolconcerten worden gecombineerd met werk van Francesco Durante en Ralph Vaughan-Williams. We spraken met violiste Carla Leurs, die naast Quirine van den Hoek en Pauline Oostenrijk soleert. Al op jonge leeftijd kreeg Carla les van de beroemde vioolpedagoge Coosje Wijzenbeek. Zij was ook oprichter van de Fancy Fiddlers, een ensemble met grote viool- en cellotalenten van 6 tot 19 jaar, dat vele solisten voortbracht die hun weg naar de internationale top zouden vinden. Onder hen Carla Leurs, die al op zevenjarige leeftijd met Fancy Fiddlers De vier jaargetijden uitvoerde.
“Ik kom uit een gezin waar helemaal geen klassieke muziek gedraaid of geluisterd werd. Dus je kunt je voorstellen dat het voor mij een bijzondere ervaring was om op mijn zevende in
het Concertgebouw met de Fancy Fiddlers De vier jaargetijden te spelen. Dat was mijn kennismaking met het werk. Ik kan me niet herinneren of ik het een mooi stuk vond, alleen maar dat ik het stoer vond om in het Concertgebouw te staan. Het stuk kwam voor mij pas tien jaar later echt tot leven. Ik speelde het in Zwitserland en daar was ook een pantomimespeler bij. In de partituur staat nauwgezet genoteerd wat de muziek wil laten horen: zingende vogels, stromende bergbeekjes, ritselende bladeren. Die mimespeler beeldde dat allemaal uit en gaf het werk zo een extra laag. Ik voelde toen echt dat de compositie een andere betekenis voor me kreeg.”

De vier jaargetijden is zo populair, in 2025 de meest beluisterde klassieke compositie wereldwijd, dat we bijna vergeten hoe radicaal het werk was. Opera was in Vivaldi’s tijd hét genre om een verhaal te vertellen. Het was ongekend dat iemand dit deed met een instrumentaal werk, met ‘slechts’ een soloviool, strijkorkest en klavecimbel. Is het nog mogelijk om in zo’n bekend stuk iets nieuws te vinden?
“Ja en nee. Muziek is nooit statisch, je kijkt altijd weer opnieuw naar een partituur als je gaat instuderen. De noten veranderen niet, maar met het ouder worden wel jouw ideeën over die noten en over de uitvoering ervan. En dat is belangrijk, want zo voorkom je dat je in een soort routine komt. Dat houdt het spannend voor jezelf én voor het publiek. Anders kunnen ze net zo goed thuisblijven en een cd opzetten. En barokmuziek biedt veel ruimte aan eigen interpretatie. Met name in de langzame delen kun je ornamenten en zelfs improvisaties invoegen. Je kunt De vier jaargetijden heel persoonlijk maken.”
Bij elk van de vier concerten hoort een sonnet van veertien regels. Er wordt vermoed dat Vivaldi ze zelf heeft geschreven, omdat de sonnetten perfect aansluiten op de compositie. Vivaldi geeft in de partituren zelfs kleine aanduidingen naar scènes uit de sonnetten, zodat we precies weten wat hij met de passages wilde verbeelden.
“Vivaldi heeft prachtige aantekeningen in de partituur staan, zoals ‘tortelduifjes’ of ‘klappertanden’. Zelf heb ik de integrale tekst van de sonnetten in mijn partij geschreven, zodat ik elke seconde weet wat ik uitbeeld. Het is trouwens heel interessant om te zien hoe de uitvoering van het werk in de loop der jaren is veranderd. Ik kan me voorstellen dat veel mensen in het Italië van de achttiende eeuw niet echt een beeld hadden bij klappertanden. Maar door de opkomst van film en filmmuziek is het publiek veel beeldender geworden in zijn beleving. In modernere interpretaties van De vier jaargetijden hoor je dan ook dat musici veel letterlijker het geluid van klapperende tanden proberen na te bootsen. Als je luistert naar opnames van zeventig jaar geleden, dat is allemaal wel heel netjes. En toen was daar Nigel Kennedy, die in de jaren tachtig een soort revolutie veroorzaakte met zijn gepassioneerde interpretatie. En ook nog eens in spijkerbroek! Dat laat heel goed zien hoe de dynamiek van de uitvoering iets zegt over de tijd waarin geleefd wordt.”
Het programma van vanavond bestaat verder uit een hoboconcert van Vivaldi, een stuk van Ralph Vaughan-Williams en Francesco Durante’s muzikale kijk op de seizoenen.
“Voor en na Vivaldi schreven componisten al over de seizoenen om hun verwondering uit te drukken over hoe de natuur steeds weer verandert. Het stuk van Durante is een klavecimbelwerk, voor Combattimento bewerkt door Pieter Dirksen, die oneindig veel weet over muziek uit deze periode. Het is de eerste keer dat ik het ga spelen, dus het voelt voor mij, net als waarschijnlijk voor het publiek, als een nieuwe ontdekking. Ralph Vaughan-Williams ken ik beter, een componist die een hele specifieke klankkleur heeft en in wiens composities de natuur een prominente rol speelt. Zo laten we in dit programma verschillende zienswijzen op de natuur horen. Dat is het leuke aan spelen in dit ensemble. Je hebt tegenwoordig fantastisch gespecialiseerde barokensembles, maar met Combattimento leggen we vaak de link met latere muziek. Daar houd ik van.”







