
Meeuw in moderne veren
Het toneelstuk De Meeuw van Anton Tsjechov behoort tot de absolute favorieten van regisseur Nina Spijkers, niet alleen omdat ze door haar ouders is vernoemd naar een van de hoofdpersonages. Het was dus wellicht een kwestie van tijd tot ze de klassieker zelf op de planken zou brengen. In Meeuw, haar nieuwe voorstelling bij Het Nationale Theater, laat ze een aantal personages van gender wisselen. Het resultaat is een gelaagde, hedendaagse benadering van een tijdloos fenomeen: de botsing tussen twee generaties.
Acht jaar geleden interviewde ik je over de Shakespeare-voorstelling Het temmen van de feeks. Daarin was je ook met genderrollen aan het schuiven.
“Ja, ik hou ervan om een beetje de grenzen van de genderhokjes op te zoeken. Bij Het temmen van de feeks was het anders, dat was meer travestie; ik liet vrouwelijke acteurs de mannen spelen en andersom. Nu in Meeuw zijn het niet de acteurs, maar de personages die een genderswap ondergaan.”
Waarom heb je die keuze gemaakt?
“Ik wist al lang dat ik iets wilde doen met dit stuk, maar ik zocht nog naar een goede reden. Dat ik het mooi vind, was niet genoeg. Bovendien dacht ik: ga ik dan weer een oudere man op een jong meisje verliefd laten worden, om haar gebroken achter te laten? Dat kennen we nu wel. Toen ik de rollen omdraaide, en het stuk vanuit die hoek ging lezen, werd het ineens zoveel interessanter! De personages kregen meteen meer gelaagdheid en werden verrassender.”
In hoeverre moest de tekst worden aangepast aan de nieuwe situatie?
“Niet. We hebben dat bewust niet gedaan; we blijven heel dicht bij de originele tekst. Juist dat levert zulke interessante dingen op. Ineens zijn het de mannen die in huilen uitbarsten
en ‘hysterisch’ worden genoemd, iets wat vrijwel altijd alleen over vrouwen wordt gezegd. En de vrouwen nemen ineens veel meer ruimte in, om bijvoorbeeld uitgebreid te praten over hun schrijverschap.”
De voorstelling gaat met name over de clash tussen twee generaties.
“Ja, dat is een thema dat me enorm aangrijpt, zowel in het stuk als in de wereld om ons heen. Er ligt een enorme druk op de jonge generatie om meteen precies te weten wie je bent en wat je wil, terwijl je heel weinig kansen krijgt op allerlei vlakken. Probeer maar eens een huis te kopen tegenwoordig. Het is niet voor niets dat er een enorme toename is in depressies, burn-outs en mentale problemen. Ondertussen is de oudere generatie heel behoudend, waarmee ze soms echt de dromen en ambities van de jongere generatie vernietigt.”
Ik las dat Tsjechov een van je favoriete schrijvers is, omdat ‘hij misschien wel de beste ontleder van de menselijke ziel is’. Wat bedoel je daar precies mee?
“Tsjechov is heel meedogenloos in zijn benadering van de mens, zowel in negatieve als positieve zin. De lelijke én de fantastische kanten van de mens schrijft hij even meedogenloos op, vrijwel zonder oordeel. Hij laat ze gewoon zien, onthult hun natuur. Daardoor voel ik me heel erg begrepen door Tsjechov, maar ook altijd een beetje betrapt. Dat vind ik meesterlijk, en het is ook heel grappig.”
Meeuw is een komedie. Heb je vaker komedies gemaakt?
“Jawel, af en toe. Maar eerlijk gezegd vind ik dit niet echt een komedie, meer een tragedie met komische elementen. Van regisseur Theu Boermans, mijn toneelpapa, heb ik geleerd
dat je in de tragedie moet zoeken naar de komedie en in de komedie naar de tragedie. Ik probeer dus altijd licht te vinden in het donker en donker in het licht.
Er bestaat een briefwisseling tussen Tsjechov en regisseur Stanislavski waarin ze discussiëren over hoe de stukken gespeeld moeten worden. Stanislavski maakte het allemaal heel ingeleefd en dramatisch. Tsjechov schreef: ‘Maar je moet ze als komedies ensceneren!’ Ik denk dat ik snap waarom Tsjechov ‘komedie’ op het titelblad heeft gezet: ik zie het als een oproep aan de regisseur.”
Je bent sinds twee jaar huisregisseur van Het Nationale Theater. Dat klinkt op de een of andere manier heel gezellig.
“Ja hè, dat vind ik ook. Eerder was de Toneelschuur – tegenwoordig kortweg Schuur – mijn thuis; daar heb ik zeven jaar lang elk jaar een voorstelling gemaakt en ben ik langzaam naar de grote zaal gegroeid. In 2021 heb ik bij Het Nationale Theater The Nether gemaakt. Vervolgens ben ik verbonden gebleven aan het gezelschap en sinds 2023 dus officieel als huisregisseur. Het is een heel fijn gezelschap, met prachtige acteurs.”
Een van die prachtige acteurs is jouw vader, Jaap Spijkers. Heb je hem al eerder geregisseerd?
“Ja, één keer, bij The Nether. Maar wij zijn natuurlijk al heel lang collega’s, naast vader en dochter. We praten graag en veel over het leven, maar ook over ons werk; hij is een van de eersten die ik bel als ik ergens artistiek niet uitkom. En hij is een waanzinnige acteur! Dat merk je pas echt als je met hem werkt, omdat je ziet wat hij allemaal kan. Ik denk steeds: wauw, kan ik dit óók van je vragen? Kan jij dit ook spelen? Ik vind hem echt fantastisch.”
Vindt hij op zijn beurt jou een goede regisseur?
“Haha, dat moet je aan hem vragen. Maar dat signaal krijg ik wel.”
"Het is geweldig om op deze manier samen te werken, ik ben momenteel op mijn allergelukkigst!”
Nina Spijkers
Onlangs won je op het Nederlands Theater Festival de Erik Vos Prijs, wat betekent dat voor je?
“Ik ben er ontzettend blij mee! Erik Vos is natuurlijk echt een icoon, ik vond het een onwaarschijnlijke eer om deze prijs te ontvangen, en dan ook nog eens uit zijn handen.”
De jury roemde je om je uitzonderlijke gevoel voor tekstbehandeling, begrijp je dat?
“Ik hou heel erg van taal. Van communiceren via woorden. Om die reden ben ik ook zo verzot op de klassiekers: Racine, Shakespeare, Büchner, Müller, Schiller, Schwab… Ik hou van toneelstukken die talig zijn en een inhoudelijke complexiteit dragen. Door de focus op TikTok en sociale media verliezen we in onze maatschappij langzaam zowel de appreciatie voor complexe taal als het ambacht. Dat vind ik heel erg. Ik vind het prettig als mensen af en toe in volzinnen praten, in geconstrueerde taal. Taal mag een puzzel zijn, het mag ingewikkeld zijn. Ik heb er moeite mee dat taal tegenwoordig vooral ‘instant begrijpelijk’ moet zijn. Zo is de wereld voor mij niet: de wereld is complex, dus heb je ook complexe taal nodig om er grip op te krijgen.”
We spreken elkaar nu een week voor de première. Heb je er zin in?
“O, nee, ik haat premières! Dan zit ik eigenlijk altijd huilend op de wc. En omdat dit stuk me zo dierbaar is, voelt het ook nog eens extra kwetsbaar. Maar ik heb inmiddels wel heel veel zin om het aan het publiek te laten zien. We zitten nu midden in de montagefase. Samen met mijn fantastische team, dat niet toevallig bestaat uit al mijn lievelingsontwerpers van decor, kostuums, licht en geluid, bouwen we aan het toneelbeeld. We begrijpen elkaar heel goed, iedereen voelt precies waar we naartoe willen. Het is geweldig om op deze manier samen te werken, ik ben momenteel op mijn allergelukkigst!”





