Actrice Rosa da Silva over God van de slachting
Na het enorme succes van Wie is er bang voor Virginia Woolf? brengt Kobra Theaterproducties opnieuw een wereldberoemde relatiekomedie naar de theaters: God van de slachting. Hierin ontbloten Remko Vrijdag, Rosa da Silva, Johan Goossens en Yara Alink hun tanden. De vier door de wol geverfde humoristen vertolken twee stellen, die bij elkaar komen vanwege een vechtpartij tussen hun zoontjes, waarbij de zoon van Linda en Berry gehavend uit de strijd is gekomen. Ze nodigen Eelco en Annet uit om de zaak als redelijke volwassenen uit te praten, maar het gesprek loopt al snel uit op een verbale slachtpartij. Het internationaal succesvolle stuk van Yasmina Reza – dat in 2011 ook werd verfilmd – houdt het publiek een pijnlijke maar vaak hilarische spiegel voor. Want hoe dun is ons laagje beschaving eigenlijk? SPOT Magazine ging in gesprek met Rosa da Silva.
Waarom is dit zo’n leuk stuk om te spelen?
“Wat zo mooi is aan God van de slachting, is de taal. Het gaat heel erg over hoe we ons in het dagelijks leven beschaafd gedragen, terwijl daar van alles en nog wat onder zit. Veel van wat je diep van binnen voelt, laat je niet zien. Je bent de hele dag bezig met verbloemen, je inhouden en aardig doen. Terwijl je eigenlijk denkt: flikker op. Dat onderhuidse komt in de tekst heel scherp naar voren. In het begin gaan de vier personages nog redelijk en beleefd met elkaar om, maar gaandeweg veranderen ze in monsters. Dat is eigenlijk iets wat je in het dagelijks leven soms ook zou willen doen; gewoon zeggen wat je denkt, je emoties laten gaan. Dat kan natuurlijk niet. Of nou ja, er zijn mensen die dat wel doen, maar in principe hebben we afgesproken dat we op een beschaafde manier met elkaar omgaan. Juist daardoor ontstaan er zoveel passief-agressieve situaties, of het nu in het verkeer, bij de supermarkt of bij je schoonfamilie is. Als ik tegen andere acteurs zeg dat ik in deze voorstelling speel, zeggen ze meteen: ‘Oh vet, dat wil ik ook zo graag doen.’ Er is niks leukers dan beleefd spelen, terwijl er onder de oppervlakte van alles borrelt.”
Is dat ook het leuke? Die mix van humor en venijn?
“Ja absoluut. Iedereen in het stuk doet dat op z’n eigen manier. De een is cynisch, de ander juist heel direct. Mijn personage, Linda, is heel principieel. Zij wil een serieuze toon aanslaan, maar denkt eigenlijk vanaf het begin: die mensen moeten dood. Je kunt ook met iedereen in het verhaal mee. Het ene moment denk je: ja, jullie hebben gelijk, dat snap ik wel. En het volgende moment denk je: vlieg niet zo uit de bocht; doe eens rustig.”
Jij speelt dus Linda. Hoe is de rest van de rollen verdeeld?
“Je hebt Annet en Eelco, een chique stel gespeeld door Yara en Remko. Hij is advocaat, zij werkt in de vermogensconsultancy. Mijn man Berry, gespeeld door Johan Goossens, en ik zijn het wat meer artistieke stel. Ik ben schrijfster en werk in een boekhandel, Berry is vertegenwoordiger in vintage spullen. We komen dus uit een heel ander milieu dan Annet en Eelco. Dat zie en merk je ook meteen.”
Eelco en Annet staan dus op een gegeven moment op de stoep omdat jullie kinderen met elkaar hebben gevochten.
“We hebben allebei een zoontje van elf. Die jongens hebben een akkefietje gehad, waarbij onze zoon met een stok is geslagen. Hij bloedt, heeft een gebroken tand en moet naar de tandarts. Niet zo fijn allemaal. Mijn eerste reactie is: laten we die mensen uitnodigen om daar als volwassenen over te praten. Kopje koffie met wat lekkers erbij, moet kunnen toch? Maar je voelt aan alles: hier zit oud zeer. Dit gaat mis.”
Is er een moment dat je als kijker voelt: oké, nu is er geen weg meer terug?
“In de tekst zitten kleine, venijnige prikjes. Iemand floept er ineens iets uit en schakelt dan meteen weer terug: o nee, netjes blijven. Dat kantelpunt ligt voor iedereen op een ander moment. Mijn personage heeft duidelijk een ergernis richting Eelco. Op zeker moment zegt hij: ‘Mevrouw, u heeft duidelijk…’ en dan val ik hem in de rede: ‘Ik heet Linda. Laten we ophouden met dat meneer en mevrouw, dan lossen we dit beter op.’ Daar zit ook iets in van: ik ben helemaal klaar met die toon van jou.”
Jullie worden omschreven als vier door de wol geverfde humoristen. Helpt jullie komische timing om de rauwheid van het stuk te versterken?
“Ja, ik ben ervan overtuigd dat hoe harder mensen moeten lachen, hoe harder ze ook moeten huilen. Je moet als acteur nooit de fout maken: we gaan eens even lollig doen. We spelen het juist bloedserieus. Het onderbuikgevoel moet kloppen. Juist daardoor wordt het grappig en rauw tegelijk. Doe je dat niet, dan wordt het een soort deurenklucht. Het is trouwens een onwijs leuke groep om mee te werken. Johan is een echte comedian, die feilloos aanvoelt waar de grap zit en hoe je die neerlegt. Remko doet natuurlijk ook veel cabaret. Yara is meer een actrice, maar ook haar gevoel voor komische timing is ontzettend scherp. We hebben ook echt een hele goede onderlinge chemie. Ik weet zeker dat je zoiets terugziet in de voorstelling.”
Maar God van de slachting is dus eigenlijk geen komedie, maar een tragedie die grappig is.
“Het is echt een tragikomedie. Ik zou het niet alleen maar als komedie bestempelen. Het onderwerp is zo precair en zo realistisch. Natuurlijk moet je als kijker veel lachen, juist omdat je voelt: holy shit, wat had ik gedaan in deze situatie?”
Jullie zitten nog in het begin van de tournee, maar merk je dat het lachen in de zaal op een gegeven moment omslaat in ongemak?
“We hebben een doorloop gehad voor een klein groepje mensen en afgelopen vrijdag de eerste try-out in Purmerend. Dan merk je inderdaad de reactie in de zaal, dat het op een bepaald moment gaat schuren. Het is ook heel invoelbaar: vreemde mensen bij jou thuis die verhaal komen halen over een ruzie tussen de kinderen. Sowieso word je als je ineens vreemden over de vloer hebt een andere versie van jezelf. Wat ook heel tof is aan het stuk, is dat de lijntjes steeds wisselen. In het begin is het nog het ene stel tegenover het andere, maar gaandeweg komen ook de onderlinge verhoudingen op scherp te staan. Ik voel me bijvoorbeeld op een bepaald moment ineens aangevallen door Berry en spreek dat ook hardop uit: ‘Je valt me wel aan. Dat weet je dondersgoed.’ Een stel dat in het bijzijn van anderen ruzie krijgt; heel naar en tegelijk stiekem ook leuk en herkenbaar. Want ergens zouden we dat allemaal af en toe willen: gewoon zeggen wat je denkt. Weg met al die opgekropte emotie. Soms even dat monster in jezelf loslaten.”
Zie jij jezelf of mensen uit je omgeving terug in het stuk?
“Ja absoluut herken ik dat. Niet eens zozeer bij bevriende stellen, maar in familiesetting zie ik dat soms in het klein wel gebeuren. Gelukkig wordt het nooit zo heftig als in de voorstelling, maar het levert af en toe wel inspiratie op. Ik zei het nog toen we met z’n allen samen waren met kerst: ‘Vriendelijk bedankt allemaal.’”
Wat zegt God van de slachting over hoe wij met conflicten omgaan? En over hoe dun ons laagje beschaving eigenlijk is?
“Ja, wat zegt dat? Ik denk dat het heel moeilijk is om echt bij jezelf te blijven. Volgens mij passen we ons bijna allemaal voortdurend aan. Mensen zoals Adelheid Roosen vind ik daarin heel inspirerend. Zij heeft het hart op de tong. Dat kun je heel irritant vinden, maar eigenlijk is het ook best lekker. Gewoon zeggen: ‘Nee, dit is stom wat je doet.’ Bijna op een kinderlijke manier. Ik heb een dochtertje van drie, die zegt ook gewoon alles wat ze denkt. Dat inspireert mij ook voor deze rol. Het klinkt misschien gek, maar die honderd procent ongefilterde manier van communiceren is op een bepaalde manier ook heel prettig. ‘Stomme mama. Ik wil niet meer met jou spelen.’ Soms denk ik: ik moet gewoon meer mijn dochtertje spelen.”
Heb je de film nog gezien? Of is dat een no-go als je zelf het stuk gaat spelen?
“Ik twijfelde daar wel over toen ik gevraagd werd voor het stuk. Ik had hem lang geleden ook al eens gezien. Uiteindelijk heb ik hem toch opnieuw bekeken. Te gek natuurlijk, maar film is een heel ander medium. Je kunt werken met korte close-ups, even inzoomen op een gezicht, een subtiele oogopslag laten zien. In het theater moet je andere keuzes maken. Het was leuk om de film weer te zien, maar wij moeten onze eigen versie maken.”
Is er nog iets waarvan je denkt: dat moet het publiek meenemen? Behalve dat ze gewoon heel veel gaan lachen.
“Ja, dan kom ik toch terug op waar we het net al over hadden: dat we allemaal wat meer het Adelheid Roosen-gen zouden moeten hebben. We verspillen best veel tijd met beschaafd doen, terwijl soms gewoon eerlijk zeggen wat je voelt of denkt misschien beter is. Er zijn natuurlijk veel varianten van eerlijk zijn, maar het zou goed zijn als we in het dagelijks leven gewoon wat vaker op een rustige manier zouden zeggen: ‘Wat jij nu zegt of doet vind ik vervelend. Dat wil ik liever niet.’ Bespreekbaar maken wat iets met je doet, maar het wel bij jezelf houden. Ik vind dat zelf ook lastig hoor. Je weet dat het dan even niet gezellig wordt. maar soms is dat ook nodig om iets te veranderen. Dan maar even niet gezellig.”














