
Regisseur Rebekka Nilsson over de nieuwe NITE-voorstelling Oersoep
Met Oersoep, naar het gelijknamige boek van Bregje Hofstede, brengt de Noors-Deense regisseur Rebekka Nilsson haar eerste grotezaalvoorstelling als vaste maker bij NITE: een eigentijdse muzikale passie over het dragen, baren en verzorgen van nieuw levenin een ‘stervende wereld’. Het gaat slecht met het klimaat; doelen worden niet gehaald, er staan ons natuurrampen, zeespiegelstijging en migratiestromen te wachten. Toekomstige generaties gaan moeilijke tijden tegemoet. Toch blijven de meeste mensen zich gewoon voortplanten. “De biologie is sterker,” zegt Nilsson uit ervaring.
Je bent moeder van twee jonge kinderen, ik kan me voorstellen dat het thema dicht bij je staat.
“Klopt. Nadat mijn eerste zoon was geboren, had ik een gek, dubbel gevoel. Aan de ene kant was moeder worden een enorme verruiming van mijn leven en van mijn identiteit. De ervaring van de bevalling, die symbiose tussen moeder en kind… het opende een nieuwe dimensie van liefde, die ik tot dan niet had gekend. Maar daarnaast voelde ik ook een ongelofelijke angst en pessimisme: waar gaat het naartoe met de wereld? Trump in het Witte Huis, de oorlog in Gaza, de pogingen om de opwarming van de aarde tegen te houden die nog steeds geen prioriteit krijgen… Ik zat met mijn baby op schoot, las de krantenkoppen over de IPCC-rapporten en dacht: wat heb ik gedaan? Vanuit dat gevoel ontstond het idee voor deze voorstelling. Ik wilde de klimaatproblematiek benaderen door de bril van het (prille) moederschap. Kunst maken over zo’n hyperonderwerp als klimaatverandering is heel lastig; het is te groot, je kan er eigenlijk alleen platitudes over zeggen. Maar op deze manier, vanuit dit perspectief, kon ik het bundelen en kanaliseren.” Met je baby op schoot vroeg je je af: wat heb ik gedaan? Vanuit dat gevoel ontstond het idee voor deze voorstelling. Ik wilde de klimaatproblematiek benaderen door de bril van het (prille) moederschap. Kunst maken over zo’n hyperonderwerp als klimaatverandering is heel lastig; het is te groot, je kan er eigenlijk alleen platitudes over zeggen. Maar op deze manier, vanuit dit perspectief, kon ik het bundelen en kanaliseren.”
Met je baby op schoot vroeg je je af: wat heb ik gedaan? Had je daar van tevoren niet over nagedacht?
“Ja, natuurlijk, ik heb uiteraard ook gedacht: moet ik wel kinderen krijgen in deze wereld? Wat voor toekomst gaan ze tegemoet? Maar aan de andere kant dacht ik ook: wat voor wereld gaan we bouwen als er geen kinderen meer geboren worden? Een kind krijgen betekent ook dat je wel móét dealen met de toekomst. Ik kan nu niet meer zeggen: I’ll go down with this ship. Maar dat vind ik ook zo’n faillietverklaring van de mensheid! Dan geef je eraan toe dat we niet meer te redden zijn. Ik ben niet bereid om dat te doen. Want ook al zie ik de toekomst heel donker, ik geloof nog steeds dat er veel goedheid in de mens zit.
Daar sluit het boek van Bregje voor mij ook heel mooi bij aan; zij schrijft over ervaringen die je laten zien en voelen dat je meer bent dan jezelf, dat de kaders tussen ‘ik’ en de rest
eigenlijk niet bestaan. We moeten leren denken als soort en niet als individuen. Je kunt als individu vluchten naar een plek waar je nog het langst veilig denkt te zijn, maar dat is uitstel van executie. We kunnen deze grote problemen niet individueel oplossen. Je kunt geen weg naar de toekomst vinden in je eentje.”
Kende je het boek Oersoep al toen het idee voor de voorstelling ontstond?
“Nee, het kwam er pas later bij. Het idee was om een passie te maken, zeg maar zoals de Matthäus Passion, maar dan zonder de religieuze thematiek. Een hedendaags lijdensverhaal, waarin we vanuit de zorgen van een moeder met een klein kind naar de wereld kijken. Op zoek naar bronmateriaal voor onze passie kwamen we bij het boek van Bregje terecht. Dat gaat niet expliciet over de klimaatcrisis – er zitten alleen wat kleine verwijzingen in, zoals een gedachte van de moeder over haar droge, verdorde tuin – maar tijdens het lezen kreeg ik sterk het vermoeden dat die zorgen wel speelden bij haar. En dat bleek zo te zijn; ze had meer teksten geschreven dan uiteindelijk in het boek waren terechtgekomen, waaronder ook gedachten over waar het naartoe gaat met de wereld. Bregje is betrokken geweest bij de research; in een paar weken tijd hebben we een heleboel tekst verzameld; passages uit het boek, stukken uit het restmateriaal, en ook nog wat nieuw geschreven teksten. Vervolgens hebben we dat samen met dramaturgen Sofie Boiten en Friederike Schubert in een theatrale vorm gegoten.”
Een voorstelling in de vorm van een 21e-eeuwse passie, hoe moet ik dat voor me zien?
“Het is geen klassiek toneelstuk met personages met wie je je kunt identificeren en die je kunt volgen door het verhaal. Je ontmoet een groep mensen die een ritueel met je doorlopen, wat onder andere betekent dat ze in het lijf van de moeder en in de gedachten van de moeder springen. En er weer uit. Net als in de Matthäus Passion, waar je tussen de koorstukken door solisten hoort zingen, die de stem van Judas of Maria Magdalena vertolken. De acteurs spreken ook vaak als een koor. Dan moeten ze samen in één lijf kruipen. Of in één hoofd. Je zou je kunnen voorstellen dat dit gebeurt in een toekomst waarin de wereld er nog slechter aan toe is. En waarin mensen bijeenkomen om een ritueel te beleven, om samen te herinneren en een weg naar de toekomst te bouwen, als een soort collectieve transformatie.”
"Onze cast bestaat uit Bien De Moor, Bram van der Heijden, Nimuë Walraven, Olaf Ait Tami en danser Camilo Chapela. Stuk voor stuk fantastische performers die enorm goed op elkaar zijn ingespeeld. Geef ze iets om uit te vogelen op de vloer en er ontstaat meteen een soort speelvreugde.”
Rebekka Nilsson
De muziek wordt live uitgevoerd door K.O.Brass, het vijfkoppige blazersensemble ontstaan uit The Kyteman Orchestra. Een opvallende keuze voor een passie?
“Die muzikanten zijn echt geweldig! Met koperblazers kun je heel veel verschillende ‘snaren bespelen’; in close harmony kunnen ze net zo klinken als een orgel, met de energie van zo’n Bach-achtige geluidsmuur die op je afkomt. Maar daarnaast kan je er ook een jazzy funeral march mee maken, of balkanachtige dingen; het gaat van spiritueel en emotioneel tot heel ritmisch en groovy. Ze spelen hier de composities van Matthías Sigurðsson, die trouwens ook mijn partner is en de vader van onze kinderen.”
Sinds 2023 ben je vaste maker bij NITE. Hoe is dat gebeurd?
“In 2020 studeerde ik af aan de regieopleiding in Amsterdam, met twee voorstellingen: eerst Woede van Elfriede Jelinek en daarna HEDDA naar Henrik Ibsen. Ze werden goed ontvangen, maar vielen beide in het water, onder andere doordat covid uitbrak en veel mensen uit het veld ze helaas niet hebben kunnen zien. In diezelfde tijd werden Matthías en ik ook nog eens plotseling uit ons huis in Amsterdam gezet en verhuisden we hals over kop naar Noorwegen. Wat een vliegende start had moeten worden, werd dus een beetje een belly flop. Maar toevallig had Robbert van Heuven, destijds de huisdramaturg van NITE, mijn eerste voorstelling gezien. Zo kwam ik in contact met Guy Weizman. Hij nodigde me uit om een theatraal onderzoek te doen. Dat werd Over Dieren. Vervolgens kreeg ik de vraag of ik vaste maker wilde worden. Ik heb toen NITE in Progress: Oersoep gemaakt; een vooronderzoek rond het thema, met junior company NITE Riders. We hebben zes weken op het toneel research kunnen doen, wat een luxe! Het heeft me enorm geholpen bij het maken van deze grote voorstelling, die overigens een jaar is uitgesteld vanwege mijn tweede zwangerschap.”
Voel je je thuis bij NITE?
“Ja, heel erg. Ik denk dat mijn aanpak ook goed past bij de cultuur en de interdisciplinaire werkwijze van NITE. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om te putten uit de creativiteit en fantasie van de spelers. Ik ga in het begin nog niet sturen; ik wil het eerst openhouden. Dat kan voor sommige acteurs uitdagend zijn; je moet steeds samen naar de vorm en de code zoeken. Maar het NITE-ensemble is dat gewend, sterker nog: daar ligt hun kracht. Onze cast bestaat uit Bien De Moor, Bram van der Heijden, Nimuë Walraven, Olaf Ait Tami en danser Camilo Chapela. Stuk voor stuk fantastische performers die enorm goed op elkaar zijn ingespeeld. Geef ze iets om uit te vogelen op de vloer en er ontstaat meteen een soort speelvreugde.”
Je eerste voorstelling voor de grote zaal, hoe spannend vind je dat?
“Slapeloze nachten, haha. Het is best een ambitieus project voor een eerste keer in de grote zaal. Ik werk samen met een Duitse scenograaf, Jonathan Mertz. Zijn decor is groots en spectaculair, maar ook transparant, praktisch en technisch. De acteurs moeten zelf heel veel doen en bouwen in dat decor; ze moeten de theatermachine besturen. Dus ja, het is spannend. Maar ik heb er vooral heel veel zin in! Ik krijg fantastische ondersteuning van het NITE-gezelschap, ik ben heel dankbaar dat ik dit mag doen.”
Je werkt in Nederland, maar woont in Noorwegen, waar je ook nog eens de leadzangeres van een zeer succesvolle bluegrassband bent. Je partner werkt als componist, nu zelfs samen met jou aan dezelfde voorstelling, en jullie hebben twee kleine kinderen. Hoe combineren jullie dat allemaal?
“Dat is een goede vraag! We zijn aan het uitvinden hoe je dat doet. Veel hulp vragen. Schaamteloos leunen op vrienden en familie. En NITE heeft een fantastische babysitter.”
Interview: Yvon van Apeldoorn