Acteur Vincent Rietveld over Gundhi
Artistiek theatercollectief De Warme Winkel maakt al bijna vijfentwintig jaar geestige, intelligente en eigenzinnige toneelproducties. In hun nieuwste voorstelling Gundhi (een samentrekking van Gandhi en gun) verkennen ze de levensvatbaarheid van het pacifisme. We leven in een gewelddadige tijd: het is oorlog in Oekraïne, Gaza, Soedan en Iran en er wordt massaal geïnvesteerd in de herbewapening van Europa. Tegelijkertijd zijn er mensen die zich op allerlei manieren inzetten voor vrede. Maar legt dat genoeg gewicht in de schaal? En hoe doe je dat eigenlijk: pacifisme? Bestaat geweldloosheid eigenlijk wel?
Gundhi is een voorstelling waarin ‘het theaterpubliek urenlang wordt gegijzeld door de verbeelding en overmand door gewelddadig teksttoneel, om uiteindelijk geestelijk bevrijd en fysiek gelouterd het 21e-eeuwse leven weer aan te kunnen’. Dat klinkt veelbelovend: bevrijd en gelouterd, wie wil dat niet? We spraken een week na de première met acteur Vincent Rietveld, die samen met Ward Weemhoff de vaste kern van het collectief vormt.
Hoe ging de première?
“Het was te gek! We hebben echt een onorthodoxe theaterproductie gemaakt! En dat wist ik natuurlijk al, want we hebben de voorstelling al een hele tijd in Duitsland gespeeld, maar bij het Duitse publiek viel het toch anders. Er heerst toch een andere theatercultuur. Misschien kwam het ook doordat het door Nederlanders is gemaakt; niet alle grappen werden even goed begrepen. In Nederland slaat het veel beter aan. Het stuk zelf is ook beter geworden; we hebben er nog veel aan gevijld tijdens het vertalen. Van sommige dingen die we in het Duits prima vonden klinken, dachten we ineens: wat zeggen we nou eigenlijk? Ons Duits is best goed, maar kennelijk toch net niet goed genoeg om de finesses echt goed tot hun recht te laten komen. In de Nederlandse versie komen ze dat nu in elk geval wel.”
Even naar het begin. Jullie wilden een voorstelling maken over pacifisme. Waarom?
“Een paar jaar geleden hadden we al een eerste voorstelling gemaakt samen met Schauspielhaus Bochum in Duitsland: Der Bus nach Dachau. Die drukte op een pijnpunt in de Duitse cultuur en was een groot succes. Terwijl we die voorstelling aan het spelen waren, ontstond er een ander pijnpunt in de Duitse cultuur, namelijk hun militaire verleden. Duitsland heeft sinds de Tweede Wereldoorlog een mini-legertje, waar ze al die tijd prat op zijn gegaan. Maar toen kwam die hele bewapeningsretoriek, dat Europa achter Oekraine moest gaan staan. Dat leverde in Duitsland veel discussie op, waarbij links en rechts van plek wisselden: de hele linkerflank was ineens voor bewapening, terwijl extreemrechts, beinvloed door Rusland, het wilde tegenhouden. Dus het leek ons een goed idee om daar op in te gaan. Vandaar ook de titel Gundhi: enerzijds vrede, anderzijds oorlog. We speelden de voorstelling twee keer per maand, en elke keer was de wereld net weer in de ban van een nieuw gewapend conflict, waardoor het publiek telkens met een andere bril op in de zaal zat. De voorstelling ging dus de ene keer over Gaza, de ander keer over Venezuela – we speelden toevallig ook op de dag dat Maduro werd ontvoerd – en dan weer over Iran. Je zei dat we op 15 mei in Groningen spelen? Ik ben benieuwd wat er tegen die tijd weer aan de hand is en met welk gevoel het publiek dan naar de voorstelling kijkt.”
Kun je wat vertellen over de setting van het stuk?
“Het speelt zich af in een soort tot yogastudio omgebouwde kantoorruimte. Waar een groep yogi’s, gewapend met kalasjnikovs, zich afvraagt of geweldloos verzet nog wel een realistisch alternatief is. Er komt van alles voorbij: therapeutische sessies, een kleuterklas, hoopvolle naiviteit… we cirkelen onderzoekend en heel artistiek rond het onderwerp. We hebben het over hoe simpel oorlog eigenlijk is: heel zwartwit, goed tegen kwaad. En vragen ons af waarom we vrede niet net zo simpel kunnen maken, zodat we daar ook van kunnen houden. Want vrede is natuurlijk veel complexer dan oorlog: bij vrede begint het leven.”
Vanwaar de keuze voor yoga als uitgangspunt?
“Omdat yoga het tegenovergestelde is van oorlog; yoga gaat over vrede en balans. Maar er zit ook een grote paradox in, een onbedoelde maar niet te voorkomen hypocrisie: we zijn hier in Noordwest-Europa – wat een beetje het Haarlem van de wereld is – lekker yogaënd de vrede aan het vieren, maar ondertussen hebben we het geweld uitbesteed aan andere werelddelen.”
In de coronaperiode ontpopte een deel van de yogacommunity zich ook ineens tot een antivaccinatiebeweging die in samenzweringen geloofde.
“Ja en dat is vervolgens ook doorgeslagen naar een soort antiimmigratie; ‘wellness rechts’ wordt dat genoemd. Drugs dealende scooterjongeren passen niet in hun wereldbeeld, maar intussen maken ze er wel gretig gebruik van. Het is allemaal heel complex. In deze voorstelling zoeken we onze weg in die complexiteit. Samen met het publiek, we gaan ervan uit dat iedereen daarmee worstelt. De wereld staat in de fik, de kranten staan elke dag bol van de ellende. Het mooie van theater is dat het de dingen op een andere manier kan laten ervaren: je gaat in de zaal zitten en bent twee uur met de materie bezig, zonder dat je op een cognitieve manier wordt aangesproken.”
Met hoeveel mensen staan jullie op het podium?
“Met z’n zevenen. Naast Ward en mij bestaat de cast uit medemaker Marieke de Zwaan, Marley Verbeem, Mante Tausk, Ibelisse Guardia Ferragutti en Vincent Riebeek, die daarnaast ook onze eindregisseur is. We wilden al heel lang een keer met hem werken en dat is eindelijk gelukt. Hij komt meer uit de performancehoek, dat voel je ook wel een beetje in het stuk. Via hem zijn we in contact gekomen met dj/producer Lysa Da Silva, alias Lyzza. Zij heeft voor ons een waanzinnige soundscape gecomponeerd, heel inhoudelijk, waarin je voelt hoe de agressieve buitenwereld de harmonieuze binnenwereld bestormt.”
Jullie speelden vorige week drie keer voor een uitverkochte zaal in Stadsschouwburg Amsterdam. Hoe verklaren jullie die grote belangstelling? Hebben jullie een vast publiek?
“Ik denk vooral dat het thema van de voorstelling het heel goed doet. De situatie in de wereld houdt veel mensen momenteel erg bezig, ze hebben behoefte aan duiding en verbinding. Maar we hebben misschien inmiddels ook wel een bepaalde bekendheid, vooral hier in Amsterdam. We plakken de stad ook altijd helemaal vol met onze kenmerkende huisstijl. Dat willen we eigenlijk ook op andere plekken gaan doen. Vanaf volgend jaar gaan we dus meer steden als onze huisstad behandelen.”
Zoals Groningen?
“Zeker! Groningen is voor ons absoluut met kop en schouders de nummer twee! We werken veel samen met het Grand Theatre, waar we altijd in premiere gaan met onze vlakkevloerproducties. Straks in september komen we ook weer naar Groningen en spelen er dan weer zo’n vier, vijf keer.”










